ECLI:NL:HR:2014:264 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated7 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/05527 LZ/NH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.I. van Vlijmen, t e g e n HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE CASTRICUM,gevestigd te Castricum, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Gemeente.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2014:264 · Hoge Raad: Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep op de in art. 80a lid 1 RO vermelde grond. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 24 december 2013 op dit standpunt gereageerd.
Full text
7 februari 2014 Eerste Kamer nr. 13/05527 LZ/NH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.I. van Vlijmen, t e g e n HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE CASTRICUM,gevestigd te Castricum, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Gemeente.
1Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 132728/HA RK 11-118 van de rechtbank Alkmaar van 23 februari 2012; b. de beschikking in de zaak 200.105.608/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 augustus 2013. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep op de in art. 80a lid 1 RO vermelde grond. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 24 december 2013 op dit standpunt gereageerd.
3Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-10). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.