Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:253 ECLI:NL:HR:2014:253 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:253 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:253
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

7 februari 2014 Eerste Kamer nr. 12/04089 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiseres 2],beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers, t e g e n 1. [verweerder 1], 2. [verweerster 2],beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. J.F. de Groot. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:253 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

7 februari 2014 Eerste Kamer nr. 12/04089 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], 2. [eiseres 2],beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers, t e g e n 1. [verweerder 1], 2. [verweerster 2],beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. J.F. de Groot. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 164762/HA ZA 09-1809 van de rechtbank Haarlem van 3 maart 2010 en 29 december 2010; b. het arrest in de zaak 200.086.457/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 15 mei 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerder] c.s. mede door mr. D.J. de Jongh, advocaat te Amsterdam. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 17 december 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.