Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2480 ECLI:NL:HR:2014:2480 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2480 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2480
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

26 augustus 2014 Strafkamer nr. S 14/00045 U ES Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 13 december 2013, nummer RK 13/4999, op verzoeken van de Republiek Turkije tot uitlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973. 1Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. 1.2. De Hoge Raad heeft bij arrest van 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1442, geoordeeld dat het eerste, het tweede en het vierde middel niet tot cassatie kunnen leiden en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de overige middelen. 1.3. De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 1.4. De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2480 · Hoge Raad: De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2014.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

26 augustus 2014 Strafkamer nr. S 14/00045 U ES Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 13 december 2013, nummer RK 13/4999, op verzoeken van de Republiek Turkije tot uitlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973. 1Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft T.M.D. Buruma, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. 1.2. De Hoge Raad heeft bij arrest van 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1442, geoordeeld dat het eerste, het tweede en het vierde middel niet tot cassatie kunnen leiden en dat de Advocaat-Generaal in de gelegenheid behoort te worden gesteld zich uit te laten over de overige middelen. 1.3. De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 1.4. De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 augustus 2014.