ECLI:NL:HR:2014:2301 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated8 augustus 2014 nr. 13/06110 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 oktober 2013, nr. 12/6670 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 12/1272) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van de Centrale Raad op de uitspraak van de Centrale Raad gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 18 oktober 2013.
Legislator headnote
AI generatedartikel 6:7 Awb; ECLI:NL:HR:2014:2301 · Hoge Raad: Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 10 december 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 29 november 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 17 december 2013 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
8 augustus 2014 nr. 13/06110 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 16 oktober 2013, nr. 12/6670 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 12/1272) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van de Centrale Raad op de uitspraak van de Centrale Raad gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 18 oktober 2013.
Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 10 december 2013 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 29 november 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 17 december 2013 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.
Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 10 januari 2014 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F.
Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2014.