Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:2296 ECLI:NL:HR:2014:2296 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2296 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:2296
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

8 augustus 2014 nr. 14/00848 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 7 februari 2014, nr. 13/03897, ECLI:NL:HR:2014:237. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 maart 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:2296 · Hoge Raad: Het griffierecht is niet voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 8 mei 2014 in de gelegenheid gesteld de redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. Belanghebbende heeft niet gereageerd op deze brief. Hetgeen belanghebbende reeds in zijn brief van 21 april 2014 heeft aangevoerd, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

8 augustus 2014 nr. 14/00848 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 7 februari 2014, nr. 13/03897, ECLI:NL:HR:2014:237. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 maart 2014, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgehaald op de afhaallocatie, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.

Het griffierecht is niet voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 8 mei 2014 in de gelegenheid gesteld de redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. Belanghebbende heeft niet gereageerd op deze brief. Hetgeen belanghebbende reeds in zijn brief van 21 april 2014 heeft aangevoerd, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2014.