Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1677 ECLI:NL:HR:2014:1677 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1677 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1677
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

11 juli 2014 Nr. 14/02715 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 4 februari 2014, nr. Awb 13/1815-v, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank (Awb 13/1815) betreffende het niet tijdig nemen van een besluit door de Minister van Buitenlandse Zaken op de door belanghebbende ingediende aanvraag om toekenning van sociale voorzieningen uit hoofde van aanspraken voor het militair personeel van het voormalige Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1677 · Hoge Raad: Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtsbank als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard (zie HR 23 november 2012, nr. 12/01200, ECLI:NL:HR:2012:BY3954). 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 juli 2014 Nr. 14/02715 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 4 februari 2014, nr. Awb 13/1815-v, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank (Awb 13/1815) betreffende het niet tijdig nemen van een besluit door de Minister van Buitenlandse Zaken op de door belanghebbende ingediende aanvraag om toekenning van sociale voorzieningen uit hoofde van aanspraken voor het militair personeel van het voormalige Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4 van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtsbank als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard (zie HR 23 november 2012, nr. 12/01200, ECLI:NL:HR:2012:BY3954). 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F.

Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2014.