ECLI:NL:HR:2014:1584 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated1 juli 2014 Strafkamer nr. 13/01804 B Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012, nummer RK 10/132, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.
Legislator headnote
AI generatedart. 552a Sv; ECLI:NL:HR:2014:1584 · Hoge Raad: 1 juli 2014 Strafkamer nr. 13/01804 B Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012, nummer RK 10/132, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
1 juli 2014 Strafkamer nr. 13/01804 B Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht van 22 oktober 2012, nummer RK 10/132, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. D.S. Schreuders, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2014.