Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1550 ECLI:NL:HR:2014:1550 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1550 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1550
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

27 juni 2014 Eerste Kamer 14/02353 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [betrokkene],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,zetelende te Rotterdam, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de Officier van Justitie.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1550 · Hoge Raad: Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Officier van Justitie heeft geen verweerschrift ingediend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op de voet van art. 80a RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 juni 2014 Eerste Kamer 14/02353 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [betrokkene],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,zetelende te Rotterdam, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de Officier van Justitie.

1Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/443267/FA RK 14-590/1060977 van de rechtbank Rotterdam van 4 februari 2014. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Officier van Justitie heeft geen verweerschrift ingediend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep op de voet van art. 80a RO.

3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 en 4). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 juni 2014.