Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:155 ECLI:NL:HR:2014:155 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:155 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:155
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

24 januari 2014 Eerste Kamer nr. 13/00306 RM/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaten: mr. J.F. de Groot en mr. D.A. van der Kooij, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. [verweerster 2],wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. P. Kuipers. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:155 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 januari 2014 Eerste Kamer nr. 13/00306 RM/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaten: mr. J.F. de Groot en mr. D.A. van der Kooij, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. [verweerster 2],wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. P. Kuipers. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 78057 HA ZA 10-126 van de rechtbank Assen van 21 april 2010 en 12 januari 2011; b. het arrest in de zaak 200.085.563/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 25 september 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping. De advocaat van [verweerder] heeft bij brief van 18 december 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.886,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.