Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1534 ECLI:NL:HR:2014:1534 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1534 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1534
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

27 juni 2014 Eerste Kamer nr. 13/03017 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], handelende onder de naam [A],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.L. Kleyn, t e g e n [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1534 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 juni 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 juni 2014 Eerste Kamer nr. 13/03017 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser], handelende onder de naam [A],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.L. Kleyn, t e g e n [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D.M. de Knijff. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 162795/HA ZA 07-1826 van de rechtbank Arnhem van 23 januari 2008, 28 mei 2008, 18 maart 2009, 14 oktober 2009, 31 maart 2010 en 26 januari 2011; b. het arrest in de zaak 200.086.527 van het gerechtshof te Arnhem van 16 oktober 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 mei 2014 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 27 juni 2014.