Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1494 ECLI:NL:HR:2014:1494 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1494 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1494
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

20 juni 2014 Eerste Kamer nr. 13/04680 TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: JOMO VASTGOED N.V.,gevestigd te Maaseik, België, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n 1. [verweerder 1], 2. [verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Jomo en [verweerder] c.s.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1494 · Hoge Raad: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Jomo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja – van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel op 20 juni 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 juni 2014 Eerste Kamer nr. 13/04680 TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: JOMO VASTGOED N.V.,gevestigd te Maaseik, België, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n 1. [verweerder 1], 2. [verweerster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Jomo en [verweerder] c.s.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 101134/HA ZA 10-392 van de rechtbank Roermond van 21 juli 2010 en 15 juni 2011; b. het arrest in de zaak 200.090.813/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 mei 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Jomo beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art 81 lid 1 RO.

3Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Jomo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 1.933,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja – van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel op 20 juni 2014.