Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:147 ECLI:NL:HR:2014:147 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:147 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:147
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

24 januari 2014 Eerste Kamer nr. 13/00331 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [eiser 2],wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:147 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is vastgesteld op 19 december 2013 en gewezen door de raadsheren M.A. Loth, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

24 januari 2014 Eerste Kamer nr. 13/00331 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1], wonende te [woonplaats], 2. [eiser 2],wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerder].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 145394 / HA ZA 09-1374 van de rechtbank Maastricht van 3 februari 2010 en 15 december 2010; b. de arresten in de zaak 200.079.685/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 april 2011 en 18 september 2012. Het arrest van het hof van 18 september 2012 is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 18 september 2012 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] is verstek verleend. De zaak is voor [eisers] mondeling toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 13 december 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil. Dit arrest is vastgesteld op 19 december 2013 en gewezen door de raadsheren M.A. Loth, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.