ECLI:NL:HR:2014:1416 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated13 juni 2014 nr. 14/00662 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 7 januari 2014, nrs. SGR 13/4571, SGR 13/4573, SGR 13/4577, SGR 13/4579, SGR 13/4580, SGR 13/4609, SGR 13/4610, SGR 13/4613 tot en met SGR 13/4616, SGR 13/4618 tot en met SGR 13/4620, SGR 13/4623, SGR 13/4625 tot en met SGR 13/4631, SGR 13/4633 tot en met SGR 13/4636 en SGR 13/4638 tot en met SGR 13/4653, betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de belasting zware motorrijtuigen en de daarbij gegeven boetebeschikkingen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2014:1416 · Hoge Raad: De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.
Full text
13 juni 2014 nr. 14/00662 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 7 januari 2014, nrs. SGR 13/4571, SGR 13/4573, SGR 13/4577, SGR 13/4579, SGR 13/4580, SGR 13/4609, SGR 13/4610, SGR 13/4613 tot en met SGR 13/4616, SGR 13/4618 tot en met SGR 13/4620, SGR 13/4623, SGR 13/4625 tot en met SGR 13/4631, SGR 13/4633 tot en met SGR 13/4636 en SGR 13/4638 tot en met SGR 13/4653, betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de belasting zware motorrijtuigen en de daarbij gegeven boetebeschikkingen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klacht geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2014.