Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:140 ECLI:NL:HR:2014:140 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:140 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:140
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

21 januari 2014 Strafkamer nr. 12/02580 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 28 februari 2012, nummer 24/000252-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:140 · Hoge Raad: Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar (thans) het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het eerste middel 2.1. Blijkens de toelichting klaagt het middel dat het Hof ten onrechte niet heeft gereageerd op verweren en onderbouwde standpunten die zijn vervat in de door de verdediging ingediende 'memorie van grieven' van 30 december 2011. 2.2.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

21 januari 2014 Strafkamer nr. 12/02580 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 28 februari 2012, nummer 24/000252-06, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar (thans) het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het eerste middel 2.1. Blijkens de toelichting klaagt het middel dat het Hof ten onrechte niet heeft gereageerd op verweren en onderbouwde standpunten die zijn vervat in de door de verdediging ingediende 'memorie van grieven' van 30 december 2011. 2.2.

Zoals in HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM6159, NJ 2011/356 is overwogen, dient ook in ontnemingszaken ter terechtzitting met voldoende duidelijkheid te worden aangegeven - eventueel bekort door middel van een duidelijke verwijzing naar de inhoud van in het kader van een schriftelijke voorbereiding van de behandeling ter terechtzitting ingediende stukken - welke verweren worden gevoerd en welke onderbouwde standpunten worden ingenomen. 2.3. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 14 februari 2012 heeft de raadsman aldaar het woord tot verdediging gevoerd.

Dit proces-verbaal houdt evenwel niets in omtrent de in het middel bedoelde verweren en onderbouwde standpunten. Het moet er daarom voor worden gehouden dat die verweren niet ter terechtzitting zijn voorgedragen en dat hetzelfde geldt voor de onderbouwde standpunten. Anders dan het middel betoogt, kan aan de vermelding in het bestreden arrest dat "het hof voorts kennis (heeft) genomen van hetgeen door veroordeelde en zijn raadsman, mr H.J. Pellinkhof, naar voren is gebracht" niet de betekenis worden toegekend dat het Hof hiermee "vanzelfsprekend tot uitdrukking heeft willen brengen dat de standpunten en verweren die in de schriftelijke voorbereiding zijn gerelateerd als ter terechtzitting voorgedragen zijn beschouwd".

Het middel mist derhalve feitelijke grondslag, zodat het niet tot cassatie kan leiden. 2.4. De Advocaat-Generaal heeft zich niet uitgelaten over het andere voorgestelde middel. De Hoge Raad is van oordeel dat de Advocaat-Generaal daartoe alsnog in de gelegenheid behoort te worden gesteld. Met het oog daarop dient de zaak naar de rolzitting te worden verwezen. 3Beslissing De Hoge Raad: verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 januari 2014; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G.

Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2014.