Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1328 ECLI:NL:HR:2014:1328 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1328 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1328
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

6 juni 2014 Nr. 14/01105 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 januari 2014, nr. SGR 13/7673, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg op een door belanghebbende gedaan verzoek. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1328 · Hoge Raad: 6 juni 2014 Nr. 14/01105 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 januari 2014, nr. SGR 13/7673, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg op een door belanghebbende gedaan verzoek. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

6 juni 2014 Nr. 14/01105 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 16 januari 2014, nr. SGR 13/7673, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg op een door belanghebbende gedaan verzoek. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank als de onderhavige. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.