Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1310 ECLI:NL:HR:2014:1310 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1310 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1310
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

6 juni 2014 Nr. 13/04694 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 augustus 2013, nr. 12/00131, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad (nr. Awb 11/970) betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing voor het jaar 2008.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1310 · Hoge Raad: De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

6 juni 2014 Nr. 13/04694 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 augustus 2013, nr. 12/00131, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zwolle-Lelystad (nr. Awb 11/970) betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing voor het jaar 2008.

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. Het dagelijks bestuur van Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Het dagelijks bestuur van Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2014.