Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1211 ECLI:NL:HR:2014:1211 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1211 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1211
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

23 mei 2014 Nr. 14/00876 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 januari 2014, nr. 13/2997 WSF, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 12/11006) betreffende een besluit op grond van de Wet studiefinanciering 2000. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1211 · Hoge Raad: 23 mei 2014 Nr. 14/00876 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 januari 2014, nr. 13/2997 WSF, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 12/11006) betreffende een besluit op grond van de Wet studiefinanciering 2000. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 mei 2014 Nr. 14/00876 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 januari 2014, nr. 13/2997 WSF, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 12/11006) betreffende een besluit op grond van de Wet studiefinanciering 2000. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de administratieve rechter voor zover dit bij wet is bepaald.

Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige, die is gedaan in een geschil betreffende het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tot vaststelling van het maandelijks te betalen bedrag ter aflossing van de studieschuld van belanghebbende. Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2014.