Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2014:1075 ECLI:NL:HR:2014:1075 AI generated

ECLI:NL:HR:2014:1075 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2014:1075
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

2 mei 2014 Nr. 14/00357 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 16 juli 2013, nr. AWB 13/1367, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van het Hof op de uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 16 juli 2013.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:7 Awb; ECLI:NL:HR:2014:1075 · Hoge Raad: Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 15 januari 2014 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 augustus 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 21 januari 2014 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.

Keywords

AI generated
artikel 6:7 Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:7 Awb
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 augustus 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

2 mei 2014 Nr. 14/00357 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 16 juli 2013, nr. AWB 13/1367, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van het Hof op de uitspraak van het Hof gestelde aantekening is een afschrift van die uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 16 juli 2013.

Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 15 januari 2014 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 27 augustus 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 21 januari 2014 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.

Hetgeen belanghebbende in haar brieven van 14 en 25 januari 2014 heeft aangevoerd, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F.

Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2014.