Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BZ9963 ECLI:NL:HR:2013:BZ9963 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ9963 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BZ9963
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

12 juli 2013 Eerste Kamer nr. 12/02370 RM/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ9963 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 juli 2013 Eerste Kamer nr. 12/02370 RM/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres],gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: de vonnissen in de zaak 48658 / HA ZA 02-664 van de rechtbank Zutphen van 12 december 2002 en 26 november 2003; de vonnissen in de zaak 201633 van de kantonrechter te Apeldoorn van 14 januari 2004, 7 april 2004, 27 april 2005, 9 november 2005 en 5 april 2006; de arresten in de zaak 104.002.396 van het gerechtshof te Arnhem van 12 februari 2008, 7 september 2010, 15 november 2011 en 24 januari 2012. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 7 september 2010 en 24 januari 2012 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.