ECLI:NL:HR:2013:BZ9147 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met insolventienummer 10/113 R van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 september 2012; b. het arrest in de zaak 200.113.798/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 maart 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2013:BZ9147 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 2 mei 2013 op dit standpunt gereageerd.
Full text
7 juni 2013 Eerste Kamer 13/01593 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos. Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met insolventienummer 10/113 R van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 september 2012; b. het arrest in de zaak 200.113.798/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 maart 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 2 mei 2013 op dit standpunt gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2.2.1 - 2.2.3). De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 7 juni 2013.