ECLI:NL:HR:2013:BZ6959 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 219241/HA ZA 11-1193 van de rechtbank Arnhem van 9 november 2011 en 21 december 2011; b. het arrest in de zaak 200.102.945 van het gerechtshof te Arnhem van 18 september 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2013:BZ6959 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 maart 2013 op dit standpunt gereageerd.
Full text
12 april 2013 Eerste Kamer 12/05438 EV/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], in dit geding woonplaats kiezende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen en mr. E.A.M. Brouwers-Bouwman, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Verweerder 2], gevestigd te [woonplaats], 3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats] 4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 219241/HA ZA 11-1193 van de rechtbank Arnhem van 9 november 2011 en 21 december 2011; b. het arrest in de zaak 200.102.945 van het gerechtshof te Arnhem van 18 september 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 maart 2013 op dit standpunt gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2). De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.