Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BZ6531 ECLI:NL:HR:2013:BZ6531 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ6531 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BZ6531
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 158791 CV EXPL 190/04 van de kantonrechter te Almelo van 5 september 2006 en 24 april 2007; b. de arresten in de zaak 104.003.717 van het gerechtshof te Arnhem van 10 juni 2008, 8 december 2009, 10 augustus 2010 en 19 april 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ6531 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 juni 2013 Eerste Kamer 11/04221 EE/IF Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes, t e g e n V.N.I. ENSCHEDE B.V., gevestigd te Geesteren, gemeente Tubbergen, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en VNI.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 158791 CV EXPL 190/04 van de kantonrechter te Almelo van 5 september 2006 en 24 april 2007; b. de arresten in de zaak 104.003.717 van het gerechtshof te Arnhem van 10 juni 2008, 8 december 2009, 10 augustus 2010 en 19 april 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen VNI is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat en mr. J.C. Zevenberg, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 12 april 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VNI begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 14 juni 2013.