Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BZ5673 ECLI:NL:HR:2013:BZ5673 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ5673 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BZ5673
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 09/378-379 R van de rechtbank Rotterdam van 17 augustus 2012; b. het arrest in de zaak 200.112.010/01 van het gerechtshof Den Haag van 12 februari 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ5673 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 2 april 2013 op dit standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

3 mei 2013 Eerste Kamer 13/00854 EE/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verzoekster 2], wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos. Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 09/378-379 R van de rechtbank Rotterdam van 17 augustus 2012; b. het arrest in de zaak 200.112.010/01 van het gerechtshof Den Haag van 12 februari 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 2 april 2013 op dit standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2.1 - 2.3). De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 3 mei 2013.