Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BZ5355 ECLI:NL:HR:2013:BZ5355 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ5355 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BZ5355
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 433338/CV EXPL 09-8208 van de kantonrechter te Haarlem van 25 november 2009 en 17 februari 2010; b. de arresten in de zaak 200.072.555/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 april 2011 en 29 november 2011. Het arrest van 29 november 2011 van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ5355 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

31 mei 2013 Eerste Kamer 12/01545 EE/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos, t e g e n [Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 433338/CV EXPL 09-8208 van de kantonrechter te Haarlem van 25 november 2009 en 17 februari 2010; b. de arresten in de zaak 200.072.555/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 12 april 2011 en 29 november 2011. Het arrest van 29 november 2011 van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 29 november 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster] mede door mr. F.M. Dekker, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 maart 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 31 mei 2013.