ECLI:NL:HR:2013:BZ2782 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak F 12/99 F van de rechtbank Maastricht van 2 juli 2012 en 5 juli 2012. De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2013:BZ2782 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
1 maart 2013 Eerste Kamer 12/03985 TT/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: COÖPERATIEVE RABOBANK PARKSTAD LIMBURG U.A., gevestigd en kantoorhoudende te Heerlen, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. B. Winters, t e g e n Mr. F.H.C. AARTS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1], kantoorhoudende te Heerlen, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Bank en de curator.
1. Het geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak F 12/99 F van de rechtbank Maastricht van 2 juli 2012 en 5 juli 2012. De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen de beschikkingen van de rechtbank heeft de Bank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De curator heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de Bank heeft bij brief van 1 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.