Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BZ2120 ECLI:NL:HR:2013:BZ2120 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ2120 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BZ2120
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 10/721-R van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2012; b. het arrest in de zaak 200.113.067/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 november 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ2120 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van art. 80a RO.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

5 april 2013 Eerste Kamer 12/05505 EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. W. Römelingh. Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 10/721-R van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2012; b. het arrest in de zaak 200.113.067/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 november 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van art. 80a RO.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3). De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.