Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BZ1065 ECLI:NL:HR:2013:BZ1065 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ1065 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BZ1065
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 111923/ES RK 09-704 van de rechtbank Alkmaar van 27 januari 2011; b. de beschikking in de zaak 200.086.230/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 december 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 27 lid 3 Fw; ECLI:NL:HR:2013:BZ1065 · Hoge Raad: Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 3.1 De man verzoekt in deze procedure het bedrag te bepalen dat de vrouw aan hem dient te voldoen op grond van verrekening overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden die golden in hun inmiddels ontbonden huwelijk. In de loop van de procedure is de man in staat van faillissement verklaard. De curator heeft het geding in hoger beroep overgenomen. 3.2 Gelet op het feit dat de curator het geding heeft overgenomen, is de man niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. De overname van het geding door de curator heeft immers tot gevolg - in dit geval op grond van art. 27 lid 3 Fw - dat de gefailleerde buiten het geding wordt gesteld en derhalve geen procespartij meer is.

Keywords

AI generated
art. 27 lid 3 Fw

Cited Legislation

AI generated
art. 27 lid 3 Fw
De overname van het geding door de curator heeft immers tot gevolg - in dit geval op grond van art. 27 lid 3 Fw - dat de gefailleerde buiten het geding wordt gesteld en derhalve geen procespartij meer is.

Cited Case Law

AI generated
NJ 2003/311
Alleen de curator kwam dan ook het recht toe om cassatieberoep in te stellen tegen de beschikking van het hof (HR 11 januari 2002, LJN AD4929, NJ 2003/311 en HR 23 april 2010, LJN BL5450, NJ 2010/245).
NJ 2010/245
Alleen de curator kwam dan ook het recht toe om cassatieberoep in te stellen tegen de beschikking van het hof (HR 11 januari 2002, LJN AD4929, NJ 2003/311 en HR 23 april 2010, LJN BL5450, NJ 2010/245).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 april 2013 Eerste Kamer 12/01393 EV/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.C.J. Smallenbroek, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 111923/ES RK 09-704 van de rechtbank Alkmaar van 27 januari 2011; b. de beschikking in de zaak 200.086.230/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 december 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 3.1 De man verzoekt in deze procedure het bedrag te bepalen dat de vrouw aan hem dient te voldoen op grond van verrekening overeenkomstig de huwelijkse voorwaarden die golden in hun inmiddels ontbonden huwelijk. In de loop van de procedure is de man in staat van faillissement verklaard. De curator heeft het geding in hoger beroep overgenomen. 3.2 Gelet op het feit dat de curator het geding heeft overgenomen, is de man niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep. De overname van het geding door de curator heeft immers tot gevolg - in dit geval op grond van art. 27 lid 3 Fw - dat de gefailleerde buiten het geding wordt gesteld en derhalve geen procespartij meer is.

Alleen de curator kwam dan ook het recht toe om cassatieberoep in te stellen tegen de beschikking van het hof (HR 11 januari 2002, LJN AD4929, NJ 2003/311 en HR 23 april 2010, LJN BL5450, NJ 2010/245). Dit wordt niet anders door het feit dat deze zaak een verzoekschriftprocedure betreft. De regeling van rechtsvorderingen in art. 25-30 Fw ziet op alle vorderingen als bedoeld in art. 25 en 26 Fw, ongeacht of de procedure met een dagvaarding of met een verzoekschrift wordt ingeleid (vgl. Van der Feltz I, p. 365). 3.3 Het door de man nog aangevoerde feit dat de curator heeft laten weten dat hij geen bezwaar ertegen heeft dat de man cassatieberoep instelt, maakt hem niet bevoegd om cassatieberoep in te stellen tegen de beschikking van het hof.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, C.E. Drion, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.