Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BZ0245 ECLI:NL:HR:2013:BZ0245 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ0245 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BZ0245
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 375524/JE RK 11-843 van de kinderrechter te Rotterdam van 2 mei 2011; b. de beschikking in de zaak 386354/JE RK 11-2541 van de kinderrechter te Rotterdam van 10 november 2011; c. de beschikking in de zaak 200.097.701/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 februari 2012. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BZ0245 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

1 februari 2013 Eerste Kamer 12/02152 DV/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De dochter], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M.J.G. Schroeder, t e g e n 1. [De moeder], wonende te [woonplaats], 2. WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Diemen, VERWEERSTERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de dochter, de moeder en de Stichting.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 375524/JE RK 11-843 van de kinderrechter te Rotterdam van 2 mei 2011; b. de beschikking in de zaak 386354/JE RK 11-2541 van de kinderrechter te Rotterdam van 10 november 2011; c. de beschikking in de zaak 200.097.701/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 15 februari 2012. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de dochter beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De moeder en de Stichting hebben geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 februari 2013.