Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BY8725 ECLI:NL:HR:2013:BY8725 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY8725 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BY8725
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 84916/HAZA 98-855 van de rechtbank te Utrecht van 2 februari 2000; b. de arresten in de zaak 106.000.449/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 december 2002, 11 november 2004, 29 maart 2007, 10 april 2008, 10 november 2009 en 27 september 2011. Het arrest van het hof van 27 september 2011 aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY8725 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

22 februari 2013 Eerste Kamer 12/01657 RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Adriaan RIGTERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Dental '80 B.V., wonende te De Bilt, EISER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. M.J. Schenck, t e g e n F. VAN LANSCHOT BANKIERS N.V., rechtsopvolgster van CenE Bankiers N.V., voorheen geheten Crediet- en Effectenbank N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. K.G.W. van Oven, thans mr. F.E. Vermeulen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en de bank.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 84916/HAZA 98-855 van de rechtbank te Utrecht van 2 februari 2000; b. de arresten in de zaak 106.000.449/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 december 2002, 11 november 2004, 29 maart 2007, 10 april 2008, 10 november 2009 en 27 september 2011. Het arrest van het hof van 27 september 2011 aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof van 27 september 2011 heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de curator heeft bij brief van 25 januari 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bank begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 februari 2013.