Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BY8667 ECLI:NL:HR:2013:BY8667 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY8667 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BY8667
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 74594/HA ZA 06-113 van de rechtbank Leeuwarden van 28 februari 2007; b. de arresten in de zaak 107.001.716/01 (rolnummer 0700235) van het gerechtshof te Leeuwarden van 7 november 2007, 12 maart 2008, 18 november 2008, 23 juni 2009, 7 september 2010 en 16 augustus 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY8667 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen in het principale en in het (voorwaardelijk) incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

29 maart 2013 Eerste Kamer 12/00196 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. E. Meijer, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 74594/HA ZA 06-113 van de rechtbank Leeuwarden van 28 februari 2007; b. de arresten in de zaak 107.001.716/01 (rolnummer 0700235) van het gerechtshof te Leeuwarden van 7 november 2007, 12 maart 2008, 18 november 2008, 23 juni 2009, 7 september 2010 en 16 augustus 2011. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. [Verweerster] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt in het principale beroep en in het voorwaardelijk incidentele beroep tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het (voorwaardelijk) incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris; in het incidentele beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 29 maart 2013.