Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BY6750 ECLI:NL:HR:2013:BY6750 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY6750 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BY6750
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 210346 FA RK 09-4486 van de rechtbank Breda van 17 november 2010; b. de beschikking in de zaak HV 200.082.464/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 december 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 44 lid 3 Rv; ECLI:NL:HR:2013:BY6750 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Keywords

AI generated
art. 44 lid 3 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 44 lid 3 Rv
De hierop gevolgde reactie van de advocaat van de moeder bij brief van 4 januari 2013 is niet een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal, maar op de brief van de advocaat van de wederpartij, zodat de Hoge Raad daarop gelet op art. 44 lid 3 Rv geen acht zal slaan.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

1 maart 2013 Eerste Kamer 12/01444 EE/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De moeder], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M.L. Kleyn, t e g e n [De vader], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 210346 FA RK 09-4486 van de rechtbank Breda van 17 november 2010; b. de beschikking in de zaak HV 200.082.464/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 december 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van de vader heeft bij brief van 28 december 2012 op die conclusie gereageerd. De hierop gevolgde reactie van de advocaat van de moeder bij brief van 4 januari 2013 is niet een reactie op de conclusie van de Advocaat-Generaal, maar op de brief van de advocaat van de wederpartij, zodat de Hoge Raad daarop gelet op art. 44 lid 3 Rv geen acht zal slaan. Hetzelfde geldt voor de brief van 18 januari 2013 van de advocaat van de vader, nu deze evenmin een toegestane procesuitlating betreft.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.