Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BY4208 ECLI:NL:HR:2013:BY4208 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY4208 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BY4208
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 209018 FA RK 09-3974 van de voorzieningenrechter te Breda van 27 oktober 2009; b. de beschikking in de zaak 219725 FA RK 10-2343 van de voorzieningenrechter te Breda van 29 juni 2010; c. de beschikkingen in de zaak 208345 FA RK 09-3703 van de rechtbank Breda van 12 oktober 2010 en 1 februari 2011; d. de beschikking in de zaak HV 200.086.770/01 en HV 200.086.772/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 december 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY4208 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 7 december 2012 op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

8 februari 2013 Eerste Kamer 12/01125 DV/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M.L. Kleyn, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 209018 FA RK 09-3974 van de voorzieningenrechter te Breda van 27 oktober 2009; b. de beschikking in de zaak 219725 FA RK 10-2343 van de voorzieningenrechter te Breda van 29 juni 2010; c. de beschikkingen in de zaak 208345 FA RK 09-3703 van de rechtbank Breda van 12 oktober 2010 en 1 februari 2011; d. de beschikking in de zaak HV 200.086.770/01 en HV 200.086.772/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 december 2011. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 7 december 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.