Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BY3233 ECLI:NL:HR:2013:BY3233 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY3233 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BY3233
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 212889/HA ZA 06-1267 van de rechtbank Utrecht van 2 augustus 2006 en 7 maart 2007; b. het arrest in de zaak 104.004.187 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 44 lid 3 Rv; ECLI:NL:HR:2013:BY3233 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen Escura c.s. is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brieven van 14 november 2012, 20 november 2012 en 18 december 2012 op die conclusie gereageerd. Nu laatstgenoemde reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv, bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

Keywords

AI generated
art. 44 lid 3 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 44 lid 3 Rv
Nu laatstgenoemde reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv, bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25 januari 2013 Eerste Kamer 11/05333 EE/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n 1. ESCURA NEDERLAND B.V. (voorheen genaamd Farmassure B.V.), gevestigd te Maarssen, 2. BROCACEF HOLDING N.V., gevestigd te Maarssen, VERWEERSTERS in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Escura c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 212889/HA ZA 06-1267 van de rechtbank Utrecht van 2 augustus 2006 en 7 maart 2007; b. het arrest in de zaak 104.004.187 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen Escura c.s. is verstek verleend. De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brieven van 14 november 2012, 20 november 2012 en 18 december 2012 op die conclusie gereageerd. Nu laatstgenoemde reactie meer dan twee weken nadat de conclusie was genomen, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv, bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Escura c.s. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 januari 2013.