Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:BY0971 ECLI:NL:HR:2013:BY0971 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY0971 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:BY0971
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 798137/08-25687 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 12 maart 2009; b. de arresten in de zaak 200.035.217/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juli 2009 en 7 december 2010; c. de beschikking van de Hoge Raad van 14 oktober 2011, LJN BT7571, NJ 2011/480. De arresten van het hof alsmede de beschikking van de Hoge Raad zijn aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:BY0971 · Hoge Raad: Het geding in cassatie Tegen het arrest van 7 december 2010 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat en mr. M.M. van Asperen, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 1 november 2012 op die conclusie gereageerd.

Cited Case Law

AI generated
NJ 2011/480
de beschikking van de Hoge Raad van 14 oktober 2011, LJN BT7571, NJ 2011/480.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

4 januari 2013 Eerste Kamer 11/01100 EE/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.P. Dielbandhoesing, t e g e n DE GEMEENTE DEN HAAG, zetelende te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.W.H. van Wijk. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1. Het geding Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 798137/08-25687 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 12 maart 2009; b. de arresten in de zaak 200.035.217/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juli 2009 en 7 december 2010; c. de beschikking van de Hoge Raad van 14 oktober 2011, LJN BT7571, NJ 2011/480. De arresten van het hof alsmede de beschikking van de Hoge Raad zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van 7 december 2010 van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat en mr. M.M. van Asperen, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 1 november 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 4 januari 2013.