Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:982 ECLI:NL:HR:2013:982 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:982 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:982
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

18 oktober 2013 Eerste Kamer nr. 13/02673 LZ/EE Arrest in de zaak van: 1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [eiseres 2],gevestigd te [vestigingsplaats], 3. [eiseres 3],gevestigd te [vestigingsplaats], 4. [eiser 4],wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n DE GEMEENTE GEMERT-BAKEL,zetelende te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en de Gemeente.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:982 · Hoge Raad: Tegen arrest van het hof van 22 januari 2013 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 19 september 2013 op dit standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 oktober 2013 Eerste Kamer nr. 13/02673 LZ/EE Arrest in de zaak van: 1. [eiseres 1],gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [eiseres 2],gevestigd te [vestigingsplaats], 3. [eiseres 3],gevestigd te [vestigingsplaats], 4. [eiser 4],wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n DE GEMEENTE GEMERT-BAKEL,zetelende te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en de Gemeente.

1Het geding

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het arrest in de zaak 08/03721 van de Hoge Raad van 9 juli 2010; b. de arresten in de zaak HD 200.095.591 en de gevoegde zaken HD 200.078.132/01 en HD 200.095.591 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 februari 2012 en 22 januari 2013. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2Het tweede geding in cassatie

Tegen arrest van het hof van 22 januari 2013 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO. De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 19 september 2013 op dit standpunt gereageerd.

3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk; veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 792,38 aan verschotten en € 800,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 18 oktober 2013.