Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:980 ECLI:NL:HR:2013:980 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:980 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:980
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

18 oktober 2013 Eerste Kamer nr. 13/02544 EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos, t e g e n [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:980 · Hoge Raad: Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid met toepassing van art. 80a RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 september 2013 op dit standpunt gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

18 oktober 2013 Eerste Kamer nr. 13/02544 EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser],wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.H.M. Meijroos, t e g e n [verweerster],gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 640870/CV EXPL 11-382 van de kantonrechter te Bergen op Zoom van 13 juli 2011 en 7 september 2011; b. de arresten in de zaak HD 200.097.313/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 januari 2012 (tussenarrest) en 5 februari 2013 (eindarrest). Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen [verweerster] is verstek verleend. Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid met toepassing van art. 80a RO. De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 september 2013 op dit standpunt gereageerd.

3Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2). De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 18 oktober 2013.