Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:957 ECLI:NL:HR:2013:957 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:957 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:957
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

15 oktober 2013 Strafkamer nr. 13/03153 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 maart 1998, nummer 23/001547-97, ingediend door mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam, namens: [aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.

Legislator headnote

AI generated

art. 457 Sv; ECLI:NL:HR:2013:957 · Hoge Raad: De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3Beoordeling van de aanvraag 3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.2.

Keywords

AI generated
art. 457 Sv

Cited Legislation

AI generated
art. 457 Sv

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

15 oktober 2013 Strafkamer nr. 13/03153 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 maart 1998, nummer 23/001547-97, ingediend door mr. D.E. Wiersum, advocaat te Amsterdam, namens: [aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951.

1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep – met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Haarlem van 20 mei 1997 – de aanvrager ter zake van "verkrachting, meermalen gepleegd" veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.

2De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 3Beoordeling van de aanvraag 3.1. Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling. 3.2.

In de aanvraag wordt aangevoerd dat uit een bij de aanvraag gevoegde, op 6 februari 2012 door de Vrije Universiteit Amsterdam opgemaakte 'forensisch linguïstische rapportage' over enkele, deels wel en deels niet voor het bewijs gebezigde verklaringen van de aanvrager en van één van de slachtoffers, [slachtoffer], volgt dat "gerede twijfel over de geloofwaardigheid van Verhaar" ontstaat. Op grond van dit rapport komen de opstellers ervan tot de slotconclusie dat "nader onderzoek naar deze zaak (...) de onderbelichte (linguïstische) aspecten van deze zaak naar boven [kan] halen en in verband [kan] brengen met de eerdere bevindingen vanuit een psychologische discipline". 3.3.

De enkele omstandigheid dat in een overgelegd rapport een nader onderzoek wordt geadviseerd, levert niet een gegeven op als hiervoor onder 3.1 bedoeld (vgl. HR 28 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1203). 3.4. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat de aanvraag kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist. 4Beslissing De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2013.

Mr. De Savornin Lohman en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.