Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:938 ECLI:NL:HR:2013:938 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:938 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:938
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

11 oktober 2013 nr. 13/00456 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 januari 2013, nrs. 12/00711, 12/00712 en 12/00713, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraak van dat hof van 10 maart 2005, nr. 03/3426 en de uitspraak van 18 juni 2009, nrs. 07/00825 en 07/00826. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:938 · Hoge Raad: De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk, en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

11 oktober 2013 nr. 13/00456 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 januari 2013, nrs. 12/00711, 12/00712 en 12/00713, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraak van dat hof van 10 maart 2005, nr. 03/3426 en de uitspraak van 18 juni 2009, nrs. 07/00825 en 07/00826. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad: verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk, en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2013.