Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:894 ECLI:NL:HR:2013:894 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:894 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:894
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

8 oktober 2013 Strafkamer nr. 11/04271 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch Economische Kamer, van 13 september 2011, nummer 20/002570-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene] , gevestigd te [vestigingsplaats].

Legislator headnote

AI generated

art. 511h van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2013:894 · Hoge Raad: 8 oktober 2013 Strafkamer nr. 11/04271 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch Economische Kamer, van 13 september 2011, nummer 20/002570-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene] , gevestigd te [vestigingsplaats].

Keywords

AI generated
art. 511h van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
art. 511h van het Wetboek van Strafvordering
437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

8 oktober 2013 Strafkamer nr. 11/04271 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch Economische Kamer, van 13 september 2011, nummer 20/002570-10, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene] , gevestigd te [vestigingsplaats].

1Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd dat de betrokkene niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h van het Wetboek van Strafvordering, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 oktober 2013.