Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:859 ECLI:NL:HR:2013:859 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:859 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:859
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

4 oktober 2013 Eerste Kamer nr. 13/00726 LZ/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [verzoeker 1], 2. [verzoekster 2],beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [verweerder],zonder vaste woon- of verblijfplaats, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.P. Heering. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekers] en [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:859 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoekers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth 4 oktober 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

4 oktober 2013 Eerste Kamer nr. 13/00726 LZ/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [verzoeker 1], 2. [verzoekster 2],beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij, t e g e n [verweerder],zonder vaste woon- of verblijfplaats, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J.P. Heering. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekers] en [verweerder].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 213007/HA ZA 09-2296 van de rechtbank Breda van 31 maart 2010 en 21 juli 2010; b. de arresten in de zaak 200.074.526 en 200.074.526/01 van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 23 november 2010 en 25 september 2012. De arresten van het hof van zijn aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 25 september 2012 hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat, alsmede door mr. F.M. Dekker, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [verzoekers] heeft bij brief van 6 september 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoekers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 818,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth 4 oktober 2013.