Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:803 ECLI:NL:HR:2013:803 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:803 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:803
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

27 september 2013 nr. 13/02222 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 februari 2013, nrs. AWB 11/4857 en 11/4858, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringswet. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van de Rechtbank op de uitspraak van de Rechtbank gestelde aantekening is een afschrift van de uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 27 februari 2013.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:15 Awb, artikel 6:24 Awb, artikel 6:7 Awb; ECLI:NL:HR:2013:803 · Hoge Raad: 27 september 2013 nr. 13/02222 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 februari 2013, nrs. AWB 11/4857 en 11/4858, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringswet. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van de Rechtbank op de uitspraak van de Rechtbank gestelde aantekening is een afschrift van de uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 27 februari 2013.

Keywords

AI generated
artikel 6:15 Awb artikel 6:24 Awb artikel 6:7 Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:15 Awb
Het is op de voet van artikel 6:15 Awb in samenhang met artikel 6:24 Awb doorgezonden aan de Hoge Raad.
artikel 6:24 Awb
Het is op de voet van artikel 6:15 Awb in samenhang met artikel 6:24 Awb doorgezonden aan de Hoge Raad.
artikel 6:7 Awb
Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 10 april 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 september 2013 nr. 13/02222 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 15 februari 2013, nrs. AWB 11/4857 en 11/4858, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de premie Zorgverzekeringswet. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie Blijkens een door de griffier van de Rechtbank op de uitspraak van de Rechtbank gestelde aantekening is een afschrift van de uitspraak aangetekend aan partijen verzonden op 27 februari 2013.

Blijkens een door de griffier van de Rechtbank op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 16 april 2013 ter griffie van de Rechtbank binnengekomen. Het is op de voet van artikel 6:15 Awb in samenhang met artikel 6:24 Awb doorgezonden aan de Hoge Raad. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 10 april 2013. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 8 mei 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de dagtekening van deze brief mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden.

Die termijn eindigde op 5 juni 2013. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid niet tijdig gebruik gemaakt. De op 6 juni 2013 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten. Gelet op het hiervoor overwogene moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A.

Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2013.