Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:798 ECLI:NL:HR:2013:798 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:798 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:798
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

27 september 2013 nr. 13/00703 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 18 december 2012, nrs. BK-10/00414, 10/00415 en 10/00755, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2003, 2005 en 2006 opgelegde belastingaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede de voor het jaar 2006 gegeven boetebeschikking. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 maart 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:798 · Hoge Raad: Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2013. Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 118 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 september 2013 nr. 13/00703 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage van 18 december 2012, nrs. BK-10/00414, 10/00415 en 10/00755, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2003, 2005 en 2006 opgelegde belastingaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede de voor het jaar 2006 gegeven boetebeschikking. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 maart 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld.

Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 22 april 2013, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 17 mei 2013 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. 2Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.

Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2013. Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 118 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.