Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:788 ECLI:NL:HR:2013:788 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:788 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:788
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOFJE VAN NOMAN V.O.F.,gevestigd te ’s-Gravenhage, 2. [eiser 2], 3. [eiseres 3],beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. S. Kousedghi, t e g e n 1. STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR HET BAKKERSBEDRIJF,gevestigd te Groningen, 2. STICHTING SOCIAAL FONDS BAKKERSBEDRIJF,gevestigd te Gouda, VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de v.o.f. en haar vennoten en het Bedrijfspensioenfonds c.s.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:788 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 8 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 27 september 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 september 2013 Eerste Kamer nr. 13/01715 RM/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:

1. HOFJE VAN NOMAN V.O.F.,gevestigd te ’s-Gravenhage, 2. [eiser 2], 3. [eiseres 3],beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. S. Kousedghi, t e g e n 1. STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR HET BAKKERSBEDRIJF,gevestigd te Groningen, 2. STICHTING SOCIAAL FONDS BAKKERSBEDRIJF,gevestigd te Gouda, VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de v.o.f. en haar vennoten en het Bedrijfspensioenfonds c.s.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak C/09/432666/FT-RK 12.3098 van de rechtbank Den Haag van 12 februari 2013; b. het arrest in de zaak 200.122.090/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben de v.o.f. en haar vennoten beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het Bedrijfspensioenfonds c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen. De zaak is voor de v.o.f. en haar vennoten toegelicht door mr. H.J.W. Alt, advocaat bij de Hoge Raad, en voor het Bedrijfspensioenfonds c.s. door hun advocaat, alsmede door mr. E. Lutjens, advocaat te Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 8 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 27 september 2013.