Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:786 ECLI:NL:HR:2013:786 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:786 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:786
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

27 september 2013 Eerste Kamer nr. 12/05541 RM/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [de vrouw], 2. [de moeder], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKSTERS tot cassatie, advocaat: mr. S. Kousedghi, t e g e n [de man],wonende te [woonplaats], doch feitelijk verblijvende in het Verenigd Koninkrijk, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Verzoeksters zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de moeder en verweerder als de man.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:786 · Hoge Raad: Tegen de beschikking van het hof van 5 september 2012 hebben de vrouw en de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO. De advocaat van de vrouw en de moeder heeft bij brief van 9 juli 2013 op die conclusie gereageerd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 september 2013 Eerste Kamer nr. 12/05541 RM/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [de vrouw], 2. [de moeder], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKSTERS tot cassatie, advocaat: mr. S. Kousedghi, t e g e n [de man],wonende te [woonplaats], doch feitelijk verblijvende in het Verenigd Koninkrijk, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Verzoeksters zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de moeder en verweerder als de man.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak F2 RK 10-2696 van de rechtbank Rotterdam van 16 maart 2011; b. de beschikkingen in de zaak 200.088.919/01 van het gerechtshof te ′s-Gravenhage van 25 januari 2012 en 5 september 2012. De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof van 5 september 2012 hebben de vrouw en de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO. De advocaat van de vrouw en de moeder heeft bij brief van 9 juli 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president F.B. Bakels op 27 september 2013.