Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:719 ECLI:NL:HR:2013:719 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:719 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:719
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

20 september 2013 Eerste Kamer nr. 12/03343 EE/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], 2. AREB HOLDING B.V.,gevestigd te Alphen aan den Rijn, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. L. Daum, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. AMEG B.V.,gevestigd te Amsterdam, VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:719 · Hoge Raad: Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 juli 2013 op die conclusie gereageerd.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 september 2013 Eerste Kamer nr. 12/03343 EE/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [eiser 1],wonende te [woonplaats], 2. AREB HOLDING B.V.,gevestigd te Alphen aan den Rijn, EISERS tot cassatie, advocaat: mr. L. Daum, t e g e n 1. [verweerder 1],wonende te [woonplaats], 2. AMEG B.V.,gevestigd te Amsterdam, VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.

1Het geding

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het arrest in de zaak 08/02687, ECLI:NL:HR:2010:BK8097, van de Hoge Raad van 23 april 2010; b. het arrest in de zaak 200.091.567/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 17 april 2012. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het tweede geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 lid 1 RO. De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 juli 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 20 september 2013.