ECLI:NL:HR:2013:679 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generated10 september 2013 Strafkamer nr. 12/02136 E Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 8 februari 2011, nummer 20/001367-09, in de strafzaak tegen: [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2013:679 · Hoge Raad: 12/02136 E Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 8 februari 2011, nummer 20/001367-09, in de strafzaak tegen: [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
Full text
10 september 2013 Strafkamer nr. 12/02136 E Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 8 februari 2011, nummer 20/001367-09, in de strafzaak tegen: [verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld. De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 10 september 2013.