Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:2095 ECLI:NL:HR:2013:2095 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:2095 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:2095
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

20 december 2013 Nr. 13/05113 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 12 juli 2013, nr. 12/04318, ECLI:NL:HR:2013:34, betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2005 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:2095 · Hoge Raad: 20 december 2013 Nr. 13/05113 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 12 juli 2013, nr. 12/04318, ECLI:NL:HR:2013:34, betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2005 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

20 december 2013 Nr. 13/05113 Arrest gewezen op het verzoek van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 12 juli 2013, nr. 12/04318, ECLI:NL:HR:2013:34, betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2005 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2013.