Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1940 ECLI:NL:HR:2013:1940 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1940 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1940
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

13 december 2013 Eerste Kamer nr. 13/04416 LZ/NH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoeker],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos. Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker]. Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak C/02/259638/FT RK 13/239 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 juni 2013; b. het arrest in de zaak HV 200.129.848/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 september 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1940 · Hoge Raad: De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 december 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 december 2013 Eerste Kamer nr. 13/04416 LZ/NH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoeker],wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos. Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak C/02/259638/FT RK 13/239 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 juni 2013; b. het arrest in de zaak HV 200.129.848/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 september 2013. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 6 november 2013 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 december 2013.