Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1886 ECLI:NL:HR:2013:1886 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1886 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1886
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

ROYAL FOOD B.V.,gevestigd te Arnhem, 2. BOMBAY PALACE V.O.F.,gevestigd te Arnhem, 3. [eiser 3],wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1886 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 december 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 december 2013 Eerste Kamer nr. 12/05098 LZ/GB Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:

1. ROYAL FOOD B.V.,gevestigd te Arnhem, 2. BOMBAY PALACE V.O.F.,gevestigd te Arnhem, 3. [eiser 3],wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n [verweerder],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 174491/HA ZA 04-488 van de rechtbank Utrecht van 9 maart 2005 en 23 november 2005; b. het arrest in de zaak 106.004.732/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 september 2011. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 373,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 13 december 2013.