Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2013:1857 ECLI:NL:HR:2013:1857 AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1857 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2013:1857
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

13 december 2013 Nr. 13/02113 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X1] en [X2], beiden te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 12 maart 2013, nrs. 11/4861 WWB en 11/4863 WWB, betreffende besluiten van de Sociale Dienst van de gemeente Weststellingwerf ingevolge de Wet werk en bijstand. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de belanghebbenden die het cassatieberoep hebben ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang hebben bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2013:1857 · Hoge Raad: De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2013.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 december 2013 Nr. 13/02113 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X1] en [X2], beiden te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 12 maart 2013, nrs. 11/4861 WWB en 11/4863 WWB, betreffende besluiten van de Sociale Dienst van de gemeente Weststellingwerf ingevolge de Wet werk en bijstand. 1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de belanghebbenden die het cassatieberoep hebben ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang hebben bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren. 2Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2013.